Vaststellingen uit een rondetafel met sectorfederatie Febelfin en vertegenwoordigers van grootbanken binnen de ledenkring van de Belgian Green Building Council.
Deze zomer klaagden veel Belgen dat hun huis niet meer afkoelde. Energiefacturen blijven wegen op het huishoudbudget. En toch renoveren we onze woningen veel te traag: vandaag wordt naar schatting slechts 0,8% van de woningen per jaar gerenoveerd, terwijl dat tempo richting 2050 ongeveer 4% moet bedragen. We moeten dus niet een beetje versnellen, maar een veelvoud van het huidige renovatietempo realiseren. [1]
Naar schatting 85-95% van de gebouwen waarin we in 2050 zullen wonen, staan vandaag al. De renovatie van de bestaande gebouwenvoorraad is daarom cruciaal om onze klimaatdoelstellingen te halen. [2] Een duurzame woning is dus meer dan een energiezuinige woning: ze moet ook weerbaar zijn tegen klimaatrisico’s en efficiënt omgaan met water en grondstoffen. [3][4]
De renovatieopgave is dus groot. De vraag is hoe we ervoor zorgen dat de investeringen die daarvoor nodig zijn, ook daadwerkelijk op gang komen.
Binnen de Belgian Green Building Council zien we financiering van de transitie als een belangrijke prioriteit. Daarom hebben we financiële actoren binnen onze ledenkring gevraagd welke drempels zij vandaag zien om renovatie op grotere schaal te financieren.
Hun antwoorden verschillen in accenten, maar wijzen op één punt: financiering is een deel van de oplossing, maar creëert de renovatievraag niet alleen. Ook kostprijs, steun, informatie, regelgeving en de voorspelbaarheid van het beleid spelen voor eigenaars een belangrijke rol.
Geld alleen brengt de renovatiegolf niet op gang
De financiële sector heeft een belangrijke rol te spelen om renovatie op grotere schaal mogelijk te maken. Vandaag biedt de sector al renovatiekredieten, groene hypotheken en andere vastgoedfinanciering.
De OECD raamt de noodzakelijke investeringen om de Belgische woningvoorraad richting 2050 energie-efficiënt te maken op ongeveer 350 miljard euro, of gemiddeld 65.000 euro per woning. [5] Ongeveer 21% van de bevolking beschikt echter niet over voldoende eigen vermogen of terugbetalingscapaciteit om de noodzakelijke werkzaamheden via een lening te financieren, aldus Febelfin. Daarnaast zien onvoldoende huishoudens duidelijk wat de opbrengst van zo’n investering zal zijn. Bewustwording is daarom van cruciaal belang: om de toekomst van onze kinderen in een leefbare omgeving te waarborgen, moet de CO2-uitstoot beperkt worden. [6]
De financiële en bouwsector hebben oplossingen en capaciteit om de renovatieopgave mee te realiseren, zo benadrukken de financiële actoren die we consulteerden. De uitdaging is om die te koppelen aan een duidelijk en stabiel kader dat eigenaars voldoende vertrouwen en prikkels geeft om te investeren — kortom: renovatie voldoende voorspelbaar, betaalbaar en financierbaar maken.
Regelgeving, steun, publieke informatie en fiscaliteit bepalen mee of een investering aantrekkelijk en voorspelbaar is. Wanneer spelregels van legislatuur naar legislatuur verschuiven of premies wijzigen, ontstaat onzekerheid voor wie een investering voor twintig of dertig jaar moet beslissen.
Van versnippering naar voorspelbaarheid
Een eigenaar die 30.000, 50.000 of 75.000 euro in een woning investeert, wil weten wat nodig is, wat het kost, welke steun beschikbaar is en welke normen in de toekomst gelden.
Vandaag is dat niet eenvoudig: België heeft drie gewesten met eigen beleidskaders, renovatietrajecten, premies en instrumenten — institutioneel verklaarbaar, maar niet eenvoudiger voor de eigenaar.
Europa vraagt vandaag om renovatieplannen met duidelijke trajecten naar 2030, 2040 en 2050, gekoppeld aan investeringsbehoeften en financieringsbronnen. [7]
Maar in België moet de eigenaar vandaag zelf de puzzel leggen: welke renovatie is nodig, wat kost die, welke premies zijn beschikbaar, welke regels gelden en hoe ziet het beleid er over tien of twintig jaar uit?
We hebben daarom nood aan een duidelijke en voorspelbare langetermijnrichting, waarbij de verschillende beleidsniveaus hun aanpak beter op elkaar afstemmen en verder denken dan de huidige legislatuur.
Renovatie vraagt ook collectieve beslissingen
Voor mede-eigendommen ligt de uitdaging nog anders. Een deel van de noodzakelijke renovaties moet aan de gemeenschappelijke delen van een gebouw gebeuren en vereist dus een beslissing van de mede-eigenaars (VME).
Voor wettelijk verplichte werken aan de gemeenschappelijke delen geldt vandaag een gewone meerderheid van 50% + 1. Voor andere werken geldt doorgaans een gekwalificeerde meerderheid van twee derde. [8]
Dat maakt renovatie van appartementsgebouwen niet onmogelijk, maar wel complexer: de noodzaak van een renovatie, de financiële draagkracht van individuele eigenaars en de verdeling van kosten en baten moeten samen worden beslist.
Ook hier zijn duidelijke renovatieroadmaps, begeleiding en aangepaste financieringsmodellen nodig, esamen met waarborgen om een sociale crisis of wooncrisis te vermijden, aldus de bevraagde financiële actoren binnen BGBC.
Beleidsmakers kunnen duurzame renovatie stimuleren
De oplossingen die financiële actoren binnen onze ledenkring aanreiken, bestaan al. Beleidsmakers moeten ze vooral beter op elkaar afstemmen en lang genoeg volhouden.
1. Geef investeerders zekerheid.
Leg een duidelijk langetermijntraject vast richting 2030, 2040 en 2050.
2. Zorg voor één duidelijke renovatierichting.
Maak de Europese renovatieplanning de basis voor een coherent Belgisch perspectief, zoals een geharmoniseerde EPB methode en national building renovation plan, met ruimte voor regionale uitvoering.
3. Maak renovatie eenvoudig toegankelijk.
Werk naar duidelijke toegangspunten, gebouwenpaspoorten en renovatieroadmaps, met gerichte ondersteuning voor wie de investering vandaag niet kan dragen.
4. Renoveer voor het klimaat van morgen.
Combineer energie-efficiëntie met zomercomfort en klimaatweerbaarheid, en neem waar relevant ook water, circulariteit en biodiversiteit mee.
5. Zorg voor fiscale coherentie en een duidelijke trigger om te investeren.
Energieprijzen, fiscaliteit, steunmaatregelen en financiering moeten dezelfde richting uitgaan. Minstens even belangrijk: geef eigenaars een concrete reden om nú te investeren, niet pas bij een volgende verkoop. Een regelgevend kader dat renovatie koppelt aan een aantoonbare business case — bijvoorbeeld een fiscale stimulans voor groene investeringen of een bonus in de onroerende voorheffing per energieprestatie (EPB). Dat zou de stimulans kunnen creëren die vandaag ontbreekt.
De vraag is niet dat de overheid alle renovaties financiert, maar dat er daadwerkelijke hulp wordt geboden aan degenen die niet over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikken en daardoor geen toegang hebben tot krediet. Publieke middelen moeten worden ingezet om degenen in nood te helpen, niet degenen die financiering kunnen krijgen van traditionele banken.
2050 is morgen
De opgave is groot: ongeveer 350 miljard euro aan investeringen richting 2050. [5]
Maar het is meer dan een kost. Het betekent woningen die minder energie en grondstoffen verbruiken, comfortabeler zijn tijdens extreme weeromstandigheden, gezonder zijn om in te leven en hun waarde beter kunnen behouden — en net daarom is nu investeren goedkoper dan wachten tot materiaalprijzen, zoals de bouwsector recent waarschuwde, verder oplopen. [9]
De financiële sector heeft kapitaal en expertise. De bouwsector heeft oplossingen en capaciteit. Eigenaars nemen de investeringsbeslissingen.
De financiële actoren die we consulteerden benadrukken het belang van investeringszekerheid. Vanuit BGBC zien we daarnaast een bredere verantwoordelijkheid voor de overheid: zorgen dat eigenaars, bouwbedrijven en financiële instellingen weten waar België naartoe gaat en dat de voorwaarden voor investeren niet telkens opnieuw veranderen.
Dat betekent niet dat de overheid alle renovaties moet betalen. Wel dat zij de voorwaarden moet creëren waarin miljoenen renovatiebeslissingen daadwerkelijk kunnen worden genomen.
BGBC wil daaraan bijdragen door de volledige waardeketen samenbrengen, een gemeenschappelijke taal ontwikkelen en praktische instrumenten bouwen die de markt helpen vooruitgaan.
2050 is geen verre toekomst. Het is de horizon van de investeringen die we vandaag beslissen.
Bronnen
[1] Embuild / Rebuild Belgium (2026), cijfers over de Belgische renovatieopgave en het huidige en benodigde renovatietempo. Embuild – Rebuild Belgium
[2] Europese Commissie, A Renovation Wave for Europe – Greening our buildings, creating jobs, improving lives (2020), en herziene Energy Performance of Buildings Directive (EU) 2024/1275, en Europese Commissie, National Building Renovation Plans. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid1603122220757=&uri=CELEX%3A52020DC0662&, National Building Renovation Plans
[3] Europese Commissie, EU Taxonomy for Sustainable Activities. https://finance.ec.europa.eu/sustainable-finance/tools-and-standards/eu-taxonomy-sustainable-activities_en
[4] Belgian Climate Risk Assessment / CERAC (2025), Risico voor de menselijke gezondheid door hittestress. CERAC – Gezondheid en welzijn / hittestress
[5] OECD (2024), OECD Economic Surveys: Belgium 2024, hoofdstuk over renovatie en energie-efficiëntie. OECD – Belgium 2024, hoofdstuk energie en gebouwen
[6] Febelfin (2024), Duurzaam wonen: voor welke financieringsuitdagingen staan we? https://febelfin.be/media/pages/publicaties/2024/duurzaam-wonen-voor-welke-financieringsuitdagingen-staan-we/0ff7dd85d2-1719402159/duurzaam_wonen_nl.pdf
[7] Europese Commissie (2026), National Building Renovation Plans – Commission’s first assessment. European Commission – First assessment of National Building Renovation Plans
[8] Vlaanderen.be, Renovatieverplichting voor residentiële gebouwen, informatie over besluitvorming binnen mede-eigendom.
[9] HLN, 22 september 2026, "Belgische bouwbedrijven waarschuwen voor hogere prijzen door conflict Midden-Oosten"